Home

Het avontuur van ouder worden...


Ik ben Annemarie Fernhout,


in 2018 zesenzestig geworden, dus de deur van het werkende leven heeft zich achter me gesloten.

 

Hier begint het grootste avontuur van mijn leven:

 

‘Het Avontuur Van Ouder Worden.’

 

In mijn rugzak neem ik mee:


Geloof (zoveel mogelijk),


Humor (onmisbaar) en


Liefde, want daarvan kun je niet genoeg bij je hebben.


Ik hoop hierover veel te schrijven.


Ik ben beschikbaar voor thema-avonden/middagen en preekbeurten.


alle rechten voorbehouden 2019 ©

Columns

2019/10/28/03


DOLCE FAR NIENTE…

 

Een van de wijsgerige Joodse boeken, de Zohar, weet te vertellen dat God de volken van de wereld verdeelde in zeventig groepen, met een eigen vorst over elke groep. Ik weet, het is een stelling waarvoor buiten een Apocrief deel van het Bijbelboek Daniel, geen Bijbelse grond te vinden is. Maar mocht het uiteindelijk toch zo blijken te zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat de vorst die over Noord Italie gaat: Dolce Far Niente heet. Ofwel: het zoete nietsdoen…

 

De afgelopen vier jaar trokken wij tijdens onze vakanties door verschillende delen van Frankrijk. En iedere ochtend zeiden we tegen elkaar: WAAR gaan we vandaag naartoe? En dan gingen we. De paden op, de lanen in. Nou ja met de auto dan. Maar toch. Dit jaar werd het weer eens kamperen bij het vulkaanmeer in Noord Italië, dat we veertig jaar geleden al ontdekten. En vaak opnieuw bezochten.

 

Nog met die Franse instelling bereidde ik me voor. Er valt daar bij dat meer weinig te doen, dus ik stopte een studieboek in de bagage. Ik laadde nog zestig of zeventig boeken op de e-reader. En voor de zekerheid haalde ik bij de handwerkwinkel nog twintig strengetjes borduurzijde. Eenmaal op de camping dook ik in een foldertje dat toch nog enkele, ons onbekende bezienswaardigheden aanbood.

 

Maar dan is daar die heerlijke zon, en dat beeldschone decor van dat blauwe meer met daaromheen die groene bergen. Tegen de heuvelruggen verspreid liggen wat kleine dorpjes. En dan is daar het kerkje van San Catharina, dat dagelijks het Angeles laat klinken. En ik voel hoe elke aanleg voor bezig zijn uit me begint weg te vloeien. Het valt niet te keren. Ik zit bij de caravan en geef me steeds meer over aan het Dolce Far Niente. Ik sluit vriendschap met Käthe, ons vierjarige buurmeisje, dat haar vlinderachtige charmes onmogelijk van beide tüchtige Duitse ouders kan hebben. Ze heeft mijn naam verkeerd onthouden en noemt me Lisa—Marie. Ik laat dat zo want ik vind dat eigenlijk veel mooier.

 

Haar moeder leert haar zwemmen en die pakt dat stevig aan. Ik zie het aan en hoor Käthe gillen zodra ze even wordt losgelaten. Dat is niet zielig, want ze gilt veel harder als moeder weer aan land klimt. Ik lig lekker op een luchtbed te drijven, terwijl zij als een kikkertje in moeders armen rondspringt. Ze wil bijval vinden voor haar zwemprestaties en roept steeds: Lisa-Marie, guck mal! Lisa Marie… guck mal! En ik roep terug: Du machst es super!

Want dat hoor ik haar moeder ook zeggen.

 

En meer en meer krijgt het Dolce Far Niente me te pakken. Ik besluit maar dat dit een vakantie is om uit te rusten. En dat lukt best. Ik drijf op mijn luchtbed aan de rand van het water, een ankerhand op de rotsige bodem en ik dobber rustig op en neer.

 

Van een afstand hoor ik nog steeds dat stemmetje: Lisa-Marie, guck mal !! Lisa-Marie…!!

Maar het klinkt steeds verder weg. Ik hoor de tüchtige Duitse moeder nog vermanend zeggen:

Die will doch nur schlafen….

Dat is een goed plan. Lisa-Marie schläft. Volgend jaar weer naar Frankrijk.

2019/10/28/02


VRAAG HET DE EXPERT !


Aangezien een aantal van de dames die wekelijks een uurtje aan mijn taalkundige zorg zijn toevertrouwd echt belabberd schrijven, leek het me een goed idee om de schrijfvaardigheid vanaf de grond opnieuw te oefenen. Zo’n plan vraagt natuurlijk wel om enig systeem.

Nu zie ik mijn kleindochter die aan het eind van groep drie zit, regelmatig thuis komen met boekjes die ze Kernboekjes noemt. Kern 1, kern 2, nou ja tot aan kern 12. Eén telefoontje naar de directeur van de school en ja hoor, als we het kleinkind de volgende keer uit school halen, dan ligt er een stapeltje van twaalf op me te wachten. Ik kan los gaan.

Thuisgekomen blader ik door het eerste deeltje. Daarin ontdek ik een blad vol plaatjes met de opdracht om hier woorden met een M onder te schrijven. Ik herken raam en boom en maan. Maar dan staat er een plaatje tussen van een kan. Ik pieker me suf of ik een synoniem voor ‘kan’ weet, maar dan met een M. Kleindochter ziet me staren en schuift aan om te zien wat het probleem is. Ik wijs: ‘kijk, die daar snap ik niet. Die is niet met een M.’ Maar zij weet dat niet ALLE woorden met een M hoeven te zijn.

Met de kleine zucht van een vrouw die eigenlijk geen tijd heeft, maar desondanks bereid is even te helpen, pakt ze het boekje uit mijn handen. Als het voor mij dan zo moeilijk is, dan zal ze me wel op weg helpen. ZIJ is uiteindelijk al bij deeltje elf en dus de expert. Ze slaat de eerste bladzijde op en begint te dreunen: Poes Wip Kip Boek AAP. Bladzij na bladzij werkt ze zo door. Als een geroutineerde docent kijkt ze aan het eind van elke bladzij steeds even kritisch omhoog. Want ja, ze gaat snel en ze weet niet zeker of ik bevattelijk genoeg ben om dat tempo te volgen. Dat moet je dan controleren. Lesgeven lijkt haar van nature bij te liggen.

Na een bladzij of tien zegt ze voldaan: ‘Zo. Kun je nu even vooruit..??’ Nou dat zal nu wel lukken. Maar wat doet een goede docent als een leerling iets gevraagd heeft waar zij het antwoord op schuldig moest blijven? Juist. Die zoekt dat achteraf even uit. Zo ook kleindochter. Bij het volgende bezoek zegt ze dan ook: ’O ja, oma, dat woord dat we niet wisten, was KAN.’

‘Ja maar dat is niet met een M’, protesteer ik. Maar dan verliest ze toch even haar geduld. ‘Ik had toch GEZEGD dat niet alle woorden met een M waren..!!’, klinkt het een beetje pinnig. Ja dat was zo. En je moet als leerling natuurlijk WEL willen luisteren. Als je DAT niet doet, dan is het begrijpelijk dat de juf een beetje boos wordt.

Ik weet nu wel heel zeker dat de wereld van het onderwijs later de handen mag dichtknijpen als ze deze weten binnen de hengelen. Ze kunnen haar gebruiken! En nu maar hopen dat mijn dames het lezen allemaal net zo vlot gaan oppikken als zij. Maar daar heb ik toch een hard hoofd in.


2019/10/28/01


GEBRUIK JE DAAR VERF VOOR…??!!!


Iedereen kent van die momenten in zijn leven. Je staat op een kruispunt en je moet kiezen. Het nieuwe pad vraagt om moed, veel moed, terwijl je op het oude pad rustig kunt door kabbelen. Geen haan zal ernaar kraaien. Wat ga je doen? Welnu, ik was dapper, rechtte mijn rug, liep naar de drogist en kocht haarverf.

Ik hoop dat dit geen anticlimax is. Maar veel zwaarwegender zullen mijn keuzes in de huidige levensfase niet worden. Die ochtend had ik in de spiegel gekeken en plotseling vond ik dat grijze haar saai. Grijs kan flatteren, ik weet het. Maar dat deed het op dat moment niet.

Na gedane zaken schrok ik wel een beetje van het resultaat. Oeps. Maar de uitwerking op anderen viel mee. Het duurde bij mijn man even tot het tot hem doordrong dat hij een andere vrouw had gekregen. ‘O, leuk…’, zei hij nadat ik hem nadrukkelijk op de verandering gewezen had. Maar hij viel niet van zijn stoel of zo.

Vervolgens zette ik mij schrap voor de reacties binnen de kerk waar we al zo’n veertig jaar komen. Ik verwachtte vragen als: ‘Aanval van ijdelheid gehad? Weet je wat de Bijbel daarover schrijft…? ‘ Maar niks hoor. Het viel niemand op. Lesje in bescheidenheid. Uiteindelijk was het een buurvrouw die er iets van zei. ‘Veeeel beter’, riep ze. Maar zij is Cubaanse. Die houden van een beetje kleur.

De enigen die echt reageerden, waren mijn kleinkinderen. Toevallig moest ik na die verfdag oppassen en onbevangen rende mijn kleinzoon van vier op me af. Hij was door de aanblik geschokt. Als door de bliksem getroffen bleef hij staan. Aan de grond genageld. Hij kon geen woord uitbrengen. Staarde naar me of hij water zag branden . ‘Zie je iets aan me?’, informeerde ik? ‘Je haar!’, bracht hij er na nog enkele momenten uit. Nog altijd onbeweeglijk. ‘Het is niet meer wit.’ Hij vond wit mooier.

Zijn zus van zeven vond het allemaal prima, maar zij was wel hogelijk geïnteresseerd in het proces. Ik legde uit dat ik mijn haar had geverfd met haarverf. En toen viel HAAR mond open. ‘Doe je dat echt met VERF ??’ Ze sloeg stijl achterover. Dat verf allerlei toepassingen kent, van de vingerverf die ze al kende van de peuteropvang tot aan het verven van muren, goed. Maar dat je het zou kunnen gebruiken om je HAAR te verven. Dat was nooit bij haar opgekomen. En misschien denkt ze nu nog wel dat ik de enige op deze wereld ben, die zo iets idioots zou doen. Je haar verven. Hoe komt iemand erop!

Ja schat. Het leven is vol verrassingen. Er zullen nog werelden voor je open gaan.

 

2019/05/08


ZIE, HOE GOED HET IS EN HOE LIEFLIJK….


Aangezien onze buurvrouw voor een dagbehandeling in het ziekenhuis moet zijn, hebben wij aangeboden, dat we onze buurmeisjes zullen opvangen als ze uit school komen. Hun mamma heeft nauwkeurige, schriftelijke aanwijzingen achter gelaten, die nauwlettend moeten worden opgevolgd, want de dames zijn enigszins competitief. Ik hoor de auto waarin ze van school zijn gehaald inparkeren en zet me schrap….

De klap van het portier wordt gevolgd door rennende voetjes. Ik trek de voordeur open en Sien van zeven rolt met een verbeten blik langs me heen naar binnen. De oorzaak van die boze blik ligt in Sanne van vijf, die haar direct op de hielen zit.

Ik herken haar met tranen gevulde tekst: ‘SIEN, IK wilde eerst zijn’, want ik hoor dit wel vaker. Een kattige reactie volgt: ‘Nee Sanne, jij wil ALTIJD eerst zijn!’ Feitelijk is dat waar, maar in praktijk is zij altijd sneller omdat haar benen toch wat langer zijn.

Dat zij hier altijd wint, hoort bij de vaste verdrietigheden van haar zusjes bestaan. Maar al het leed is nog niet geleden, want aan de kapstok, die op kabouter hoogte is opgehangen, willen ze met veel trammelant, hun jas aan hetzelfde haakje hangen. Om precies te zijn het TWEEDE haakje. Andere haakjes voldoen niet.

Maar Sien was nu eenmaal die fractie eerder, dus haar jas hangt al. Punt. Met twee handen beschermt ze die fel bevochten positie. Want nee, ze wil niet opschuiven en nee, ze voelt ook niet voor Sanne’s opdringerige compromis van twee jassen aan dat ene haakje. Op hoge toon betoogt ze - dwars door haar zusjes klaagzangen heen, ‘dat die het EERSTE haakje maar moet gebruiken. Want tot voor kort gebruikte SIEN het eerste haakje en toen eiste haar zusje dat net zo goed op. En toen gaf ze toe, mede vanwege haar moeders gezeur van: Ach Sien, toe nou, zij is nog klein - en nu zit ze opnieuw met hetzelfde gezanik. Dus NEE!!!’

Vastberaden gaan de hakjes van haar maatjes 30 in het zand.

Als zij ook deze slag wint, wordt het drama te groot en werpt Sanne zich luid snikkend in mijn armen. Hier is troost nodig. Heel veel troost. Ze is een bezeerde kleine dame. Ik moet deze bedroefde ziel overigens wel goed in de gaten houden, want zodra haar zus zich heeft omgedraaid, begint ze met het omwisselen van die jasjes. En wee haar gebeente, als Sien DAT in de gaten krijgt.

Hun mamma’s instructies volgend, roep ik boven al het krakeel nog mijn eigen tekst: ‘Ja maar Sanne, JIJ mag de eerste pannenkoek.’ Want daar dient de middag mee te beginnen. Dit leidt tot een protestsong vanuit de huiskamer: ‘Zij moet ALTIJD de eerste pannenkoek!!’ En ook Sanne is hiermee niet tevreden gesteld. Want nu heeft Sien twee dingen, en zij maar een. Gelukkig is het lente dus kan ik kan opschalen naar: ‘maar straks mag JIJ de parasol open draaien, dan heb jij ook twee dingen.’ Dat helpt. Even probeert ze nog waar die grens ligt: ‘En als we vanavond naar bed gaan, mag IK hem dan ook dicht draaien…?’ Ze weet wel beter, dicht draaien is het recht van Sien. En die gaat dat uitoefenen ook. Reken maar van yes!

En dan juicht de Bijbel nog hoe goed het is en hoe lieflijk, wanneer broeders (zusters horen daar impliciet bij), tezamen wonen. Dat lezend, vraag ik me stiekem wel eens af wat voor kinderen die oude Israëlieten eigenlijk hadden, dat ze zó goed en zó lieflijk samen leefden. Hun ouders stopten vast een geheim ingrediënt in hun eten...


2019/04/13

UW PERSOONLIJKE BONUS


Sinds enkele maanden stuurt Albert Heijn mij iedere zondag een mailtje met aanbiedingen die speciaal voor mij zijn uitgezocht. Ik ben altijd weer benieuwd of ik een beetje mazzel zal hebben.

En hoe gaat het met zulke dingen? Soms valt het mee en soms valt het tegen. Heb je pech dan gaat het om havermout of inlegkruisjes. Maar de laatste keer was het aanbod verrassend. Lees mee:

Nummer 1

25% korting op Alle STORMHOEK WIJN, per fles van 0,75 lr. of per pak van drie liter (toe maar…!).

Nummer 2                                 

25% korting op Alle LINDEMAN’S SUID AFRIKA, per fles van 0,75 lr. of per doos met ZES flessen (kom op, niet zo kinderachtig).

Nummer 3

25% korting, met de toevoeging: ‘Probeer het een keer !’ op de Doma Ermelinda, rood of wit. Weer wijn. Maar deze wordt me slechts per fles aangeboden. Ze willen het natuurlijk niet al te dol maken. Het is ook weer niet de bedoeling dat ik eraan verslaaf.

Nummer 4

50% korting op AH Kaaskoekjes, bladerdeeg of mix. Ja, die zijn lekker.

0-0-0-0

Ik lees dat de aanbiedingen op mijn persoonlijke profiel zijn afgestemd. Nou ja, dan begin ik me toch wel af te vragen, wat voor indruk de grootgrutter eigenlijk van mij heeft. Wijn, wijn, wijn en kaaskoekjes.

Een saai type lijken ze me in elk geval niet te vinden. Meer iemand die denkt: laat die zomer maar komen.

Laten we het daar dan maar op houden!


2019/03/13

GEBRUIK JE DAAR VERF VOOR…??!!!


Iedereen kent van die momenten in zijn leven. Je staat op een kruispunt en je moet kiezen. Het nieuwe pad vraagt om moed, veel moed, terwijl je op het oude pad rustig kunt door kabbelen. Geen haan zal ernaar kraaien. Wat ga je doen? Welnu, ik was dapper, rechtte mijn rug, liep naar de drogist en kocht haarverf.

Ik hoop dat dit geen anticlimax is. Maar veel groter dan deze zullen mijn keuzes in deze levensfase niet worden. Die ochtend had ik in de spiegel gekeken en plotseling was grijs saai. Grijs haar kan flatteren, ik weet het. Maar op dat moment niet.


Ik schrok wel een beetje van het resultaat. Oeps. Maar de uitwerking op anderen viel mee. Het duurde bij mijn man even tot het tot hem doordrong dat hij een andere vrouw had gekregen. ‘O, leuk…’, zei hij nadat ik hem nadrukkelijk op de verandering gewezen had. Maar hij viel niet van zijn stoel of zo.


Vervolgens zette ik mij schrap voor de reacties binnen de kerk waar we al zo’n veertig jaar komen. Ik verwachtte vragen als: ‘Aanval van ijdelheid gehad? Weet je wat de Bijbel daarover schrijft…? ‘ Maar niks hoor. Het viel niemand op. Lesje in bescheidenheid. Uiteindelijk was het een buurvrouw die er iets van zei. ‘Veeeel beter’, riep ze. Maar zij is Cubaanse. Die houden van een beetje kleur.


De enigen die echt reageerden, waren mijn kleinkinderen. Toevallig moest ik die avond oppassen en onbevangen rende mijn kleinzoon van vier op me af. Als door de bliksem getroffen bleef hij staan. Aan de grond genageld. Hij kon geen woord uitbrengen. Staarde of hij water zag branden . ‘Zie je iets aan me?’, informeerde ik? ‘Je haar!’, bracht hij er na nog enkele momenten uit. Nog altijd onbeweeglijk. ‘Het is niet meer wit.’ Hij vond wit mooier.


Zijn zus van zeven vond het allemaal best, maar zij was wel geïnteresseerd in het proces. Ik legde uit dat ik het had geverfd met haarverf. En toen viel HAAR mond open. ‘Doe je dat echt met VERF ??’, gilde ze uit. Ze sloeg stijl achterover. Dat verf allerlei toepassingen kent, van de vingerverf die ze al kende van de peuteropvang tot aan het verven van muren, goed. Maar dat je het zou kunnen gebruiken om je HAAR te verven. Dat was nooit bij haar opgekomen. En misschien denkt ze nu nog wel dat ik de enige op deze wereld ben, die zo iets idioots zou doen. Je haar verven. Hoe komt iemand erop!


Ja schat. Het leven is vol verrassingen. Er zullen nog werelden voor je open gaan.

2019/02/2


EEN SLIMME MEID IS OP HAAR TOEKOMST VOORBEREID ….


Wie kent hem nog, de slogan waarmee de overheid eind jaren tachtig meiden wilde interesseren voor de exacte vakken. Volmaakt zinloze actie natuurlijk. Ik denk dat meiden die toen met hoge cijfers voor wiskunde van de havo kwamen, zelf ook wel begrepen dat de keuze voor een secretaresse opleiding niet handig zou zijn.


Het sloeg natuurlijk aan geen kant op mij. Ik zat al volop in de pubers en mijn loopbaan lag in beton gegoten. Maar juist nu begin ik over dit idee na te denken. Ben IK op mijn toekomst voorbereid? Het uitgangspunt wijst voor mij in de richting van het oude lied: ‘Wat de toekomst brengen moge….’ Die richting staat als een huis. Helaas zingen we het niet meer zo vaak. Onder het regime van Opwekking verdwijnen dit soort gouden ouden onverbiddelijk uit beeld.


Maar hoef ik dan DUS niet over mijn toekomst na te denken? Ik denk dat dit geen goede houding zou zijn. Om te beginnen: ik zie om me heen dat de statistieken gelijk hebben. Mannen leven minder lang dan vrouwen. En veel vrouwen zijn jonger dan hun man. Even bij mezelf blijvend is de kans, statistisch gezien, groot dat ik het op termijn alleen moet rooien. Hoe zal ik dan omgaan met het onmeetbare gat dat op dat moment geslagen wordt?


Ik herinner me een gesprek met een nog jonge man, wiens schoonvader enkele jaren eerder plotseling overleed. Veel te jong. Zijn schoonmoeder veranderde op slag in een draak van een vrouw, die non stop klaagde over het onrechtvaardige lot dat het leven haar had toebedeeld. Ze eiste non stop aandacht op van haar dochter, van wie het huwelijk behoorlijk onder druk kwam te staan. Schoonma wilde ook mee op vakantie. ‘Maar ze komt NIET bij ons in de caravan slapen.’, brieste mijn gesprekspartner. Groot gelijk. Maar zo wil je toch niet worden? Had die vrouw dan helemaal niets leuks in het leven dat niet aan haar man hing?


Het lijkt mij goed als senioren bewust zoeken naar een persoonlijke en zinvolle invulling van het

bestaan. Ga op een cursus, train je hersens. Word vrijwilliger. Zet je in binnen je woonomgeving. Blijf investeren in je netwerk. Zowel binnen de kerk - we zullen altijd behoefte hebben aan contact met gelijkgestemden - maar ook daarbuiten. Want ‘samen oud worden’ is het adagium waar gelukkig gehuwden van dromen, maar soms loopt het anders. Dat blijkt. En we kunnen niet verwachten dat onze kerk of onze kinderen de gaten in ons bestaan gaan vullen. Dat moeten we echt zelf doen.


Dat KAN vragen om herbezinning.

Veel stellen zijn namelijk gewend om altijd alles samen te doen. Maar als mensen op leeftijd komen, dan moet ieder voor zich de ruimte krijgen om het leven naar eigen wens in te richten. Daar heb je dan toch wel recht op. Waarom zou iemand die graag met een boekje in de zon zit, zo nodig mee moeten in de slipstream van een partner die graag wil hardlopen? Dit kan betekenen dat juist in deze levensfase de activiteiten uit elkaar gaan lopen. Eerst lijkt het vreemd, maar het is een kwestie van wennen. Geniet allebei op je eigen manier en bouw aan je eigen netwerk. Ooit kun je het hard nodig hebben.


Dus ja, een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. En dat geldt voor jongens minstens evenzeer.

2019/02/08


EENZAME OUDEREN, WAT MOET JE ERMEE ?


Onze kleinzoon van vier heeft daar wel ideeën bij. Hij vindt ons heel eenzaam. Want er gaat soms zomaar een dag voorbij dat we hem niet zien. Hij is er vast van overtuigd dat we op zo’n dag alleen maar depressief voor ons uitstaren, wachtend op het moment waarop hij op de stoel naast de voordeur klimt om aan te bellen. ‘Nu zijn jullie niet meer alleen hè…’, vraagt hij vaak, als hij zich weer eens lekker genesteld heeft.


Het probleem houdt hem bezig, maar ineens kreeg hij een briljante ingeving. Hij bedacht namelijk, dat zijn ouders best een grote slaapkamer hebben. En dat biedt perspectief!

‘Als pappa daar nu eens twee bedden neerzet… - zo dacht hij hardop – die kunnen dan natuurlijk niet naast elkaar staan… (een nadeel, goed, maar we moeten ergens een veer laten), maar dan kunnen opa en jij daar slapen en dan hoeven jullie niet meer naar huis.’

Het plan is briljant in zijn eenvoud.


Ik begon dan ook prompt met het inpakken van twee koffertjes. Wilde ons huis al in de verkoop zetten. Bleek dat dochter en schoonzoon het geen goed idee vonden. En waarom nou niet..? Spelbrekers.


Nou ja, dan blijven we maar thuis wonen. Het is niet anders. Aan onze kleinzoon heeft het niet gelegen. Hij moet ons maar vaak blijven opzoeken. Want we hebben natuurlijk wel meer vormen van tijdverdrijf, maar de kleinkinderen horen toch wel echt tot de leukere.

 

 

 

2019/01/23


GAAT HET WEL GOED MET OMA ?

 

Kleindochter twijfelde hier toch wel ernstig aan. Ze vertelde me juist wat leuke verhalen over school. ‘O kind, dat je nu toch al weer acht bent..!’, verzuchtte ik op enig moment. Er viel er een korte, dreigende stilte…

‘…Ze is negen hoor..! ‘

Mijn schoondochter zei het met enigszins ingehouden adem. Het was een ernstige fout die ik hier maakte. Haast een belediging.

 

-‘Oh gus, dat was ik even vergeten. Het gaat ook allemaal zo snel…’, riep ik als verontschuldiging. Dat woord: vergeten, had ik misschien niet moeten gebruiken. Ik weet niet of er op school juist een lesje: ‘hoe herken je dementie bij ouderen..’ voorbij was gekomen, maar kleindochter stond dadelijk op scherp.

 

-‘Weet je nog hoe oud je zelf bent?’

-‘Eh…zesenzestig.’ Hoewel dat klopte, was ze niet overtuigd.

‘Je aarzelde hè?’

Ja, dat had ze goed gehoord.

‘Het verandert ook ieder jaar.’, voerde ik aan. Maar ze bleef streng kijken.

-‘Weet je nog hoe je heet?’, was haar volgende vraag.

 

Dat wist ik en bovendien kende ik ook alle namen van de rest van het gezelschap. Ik denk wel dat ik geslaagd ben. Maar ik sluit niet uit dat ik bij haar wel een tijdje onder verscherpt toezicht zal staan. Maar ja, wat wil je ook, als je iemand van negen verslijt voor acht. Dan krijg je zulke dingen. Eigen schuld, dikke bult.

2019/01/08


BEWEGEN  MOET !!

 

Tijdens mijn werkzame leven zocht ik ooit docenten voor deelname aan een onderzoek. Op een gymnasium trof ik in de docentenkamer een leraar die wel wilde meewerken. Toen ik hem vroeg welk vak hij gaf, antwoordde hij:

Mevrouw, ik geef het belangrijkste vak dat bestaat.... !

 

En na een spannende stilte ging hij verder: Ik ben namelijk gymleraar. Want hoe slim je ook bent, of hoe hoog opgeleid ook, het gaat allemaal verloren als je hersenfunctie aan kracht verliest. Een gezonde geest vraagt om een gezond lichaam. Daarom is mijn vak het belangrijkste.


Hier valt geen speld tussen te krijgen. Het gebeurde jaren geleden, maar ik denk nog regelmatig aan hem terug. En ja, thuis merken wij ook dat het geheugen na je zestigste minder soepel werkt. Je komt op straat iemand tegen die je redelijk goed kent, en je piekert: hoe HEET die man ook weer..? Dan denk ik: Ik moet ook meer BEWEGEN. Die gymleraar had gelijk! En vervolgens zet ik een wandelapp op mijn telefoon en trek een dapper plan. Elke dag een paar kilometer lopen. Maar dan regent het, of er zijn andere bezigheden. En ik ben natuurlijk ongedisciplineerd, dat vooral. Dus het goede voornemen verzandt.

 

Nu kun je er vergif op innemen, dat ik niet de enige ben die kampt met dit soort zwakheden. In zo'n geval kan het helpen om een vaste afspraak met anderen te maken. Ik heb dan ook de volledige seniorengroep uit onze kerk gemaild, en na wat trekken begonnen de aanmeldingen binnen te lopen. De afspraak was dat we onder leiding van een wandelveteraan wekelijks een kilometer of zes gaan lopen. Vaste dag in de week, vaste startplaats, vaste tijd: tien uur; we zijn uiteindelijk gepensioneerd. Anderhalf uur lopen en dan afsluiten met een kop koffie in een gezellig restaurant.


Vanmorgen was de eerste keer. Er was dijkbewaking afgekondigd voor de noordelijke provincies in verband met heftig stormweer en regende ook nog. Ik kan wel zeggen dat ik mij hart vast hield. Maar stevig ingepakt stond iedereen klaar op de afgesproken plek. Daar gingen we: twaalf man sterk. Vorm gevend aan een goed Nieuwjaars voornemen dat nu eens niet gaat mislukken. Dit natuurlijk in En in weerwil van de Bijbeltekst: Welzalig de man die niet wandelt…

Maar met in het achterhoofd de lijfspreuk van die wijze professor Scherder: Laat je hersenen niet zitten!

 

2018-12-08/01


JE WORDT OUDER MAMMA…


Je hoort vaak vertellen dat mensen zich voor het eerst realiseren dat ze ouder worden, als jongeren in het openbaar vervoer voor hen opstaan. Dat schijnt heel confronterend te zijn. Nu zit ik nooit in een bus of trein, dus ik ging er steeds vanuit dat dit mij bespaard zou blijven. Nou, dat viel tegen. Maar bij mij ging het anders, dat wel.


Een paar weken terug was ik naar de supermarkt geweest waar ik weer eens veel te veel boodschappen had ingeslagen. Dat werd dus zeulen, met twee armen om een uitpuilende, zware tas geslagen. Dat ik bij de kassa ontdek dat ik teveel heb meegenomen, overkomt me wel vaker. Scheldend op mezelf ga ik dan op weg naar huis. Nu hoef ik volgens mijn wandel-app maar driehonderd meter af te leggen, dat lukt altijd wel. Maar het is even een ding.


Zo halverwege mijn tocht kwam een man me tegemoet lopen. Hij liep met een pittig gangetje. Jonge veertiger, petje op, type bouwvakker. Vlak voor me hield hij stil. Keek me aan en vroeg: ‘Moet ik even helpen?’ Totaal perplex staarde ik sprakeloos terug. Waarschijnlijk dacht hij: ‘Ze is nog doof ook..’ want hij herhaalde, iets duidelijker: ‘Moet ik even helpen?’


Allerlei gedachten gingen op hetzelfde moment door mijn hoofd. En heel tegenstrijdig. Dat ging van: Ja, ik zal daar gek zijn. Mijn portemonnee zit in die tas. Die geef ik niet uit handen. En ook: Wie denk je wel dat je voor je hebt, je oma soms? Maar ook: Wat schattig dat iemand aanbiedt om mij, een wildvreemde te helpen. En daar kennelijk nog voor willen omlopen ook. Bijzonder toch?

Lachend wimpelde ik zijn aanbod af en gaf aan dat ik het nog wel even kon redden.


Met gemengde gevoelens liep ik naar huis. Aan de ene kant verrast vanwege het aardige gebaar. Maar toch ook op de teentjes getrapt. Want vanaf dit moment was het heel duidelijk:


Je wordt ouder mamma, geef het maar toe !!

2018-12-08/02


DE OVERTREDING


Het gebeurde zo rond de eerste verjaardag van onze kleindochter. Een echt knuffeldier en ook nog eens het zonnetje in huis, dus ze hoorde direct al bij de hogere vreugden van ons bestaan. Wat me ook zo aansprak waren haar haartjes die, als de zon er op schijnt, een fraai koperkleurtje krijgen. Het groeide er lustig op los, zij het hier en daar een tikje onregelmatig. ‘Moet ze niet eens naar de kapper’, vroeg ik soms. Maar moeder haalt haar schouders op. Het had geen prioriteit.


En toen was er die vrijdag  waarop het grutje – compleet met waterpokjes - weer eens aan onze zorg was toevertrouwd. Nadat ik haar had gebadderd, afgedroogd en gekamd, viel dat onregelmatige me weer op. En ineens had ik een schaartje in mijn vingers en lagen er een paar plukjes op de rand van het bad. Het waren echt maar een paar,  PIEP-kleine plukjes. ‘Dat ziet niemand’, meende ik oprecht.


Maar eenmaal opgedroogd, stond onmiskenbaar vast dat het schattige snoetje van het kleinkind een andere omlijsting had gekregen. De moed zonk me in de schoenen. Oh gus, hoe gaat DIT vallen..?


Ik polste een jonge moeder uit mijn omgeving, die het allemaal erg geestig vond. Ze wist me te vertellen, dat HAAR moeder toch wel een uitbrander zou krijgen voor illegaal knippen. Vervolgens belde ik mijn zus, van oudsher een vertrouwd raadgever. ‘Zal ik maar een foto maken en opsturen en meteen opbiechten?’ vraag ik.


‘Welnee, - zegt zij - geen aandacht op vestigen. Als er een vraag over komt  zeg je: ‘Ja, het staat leuk he?’ en je kunt altijd opschalen naar  ‘Oh maar als het niet mag, dan DOE  ik het niet meer, hoor..!’


Die lijn volgend, leveren we het vers gekapte lieverdje ’s middags zonder commentaar af. We zien onze dochter haar kind onderzoekend bekijken, maar ze zegt niets. ‘Nee, logisch – briest mijn man even later -  ze is wel iets van jou gewend, maar het komt natuurlijk niet bij haar op, dat je ECHT aan dat haar zou knippen!’


Nu begint het grote wachten. Wanneer zal de telefoon boos rinkelen? Die avond nog niet. De spanning stijgt. Op zaterdag stuur ik een sms waarin ik informeer naar de waterpokjes. Ik vrees een reply in de zin van: ‘gaat goed, maar je hebt aan d’r HAAR GEKNIPT, hè..??!!’

Maar nee, er volgt alleen een update over de pokjes.


Zondagavond. Hete kolen. De telefoon gaat. Ik herken het nummer van de dochter en zet me schrap. Maar nee, slechts een oppasverzoek.  Pas op maandag ochtend barst, telefonisch, de bom.


‘Zeg, hebben jullie soms aan Eefje’s HAAR geknipt?’

‘Aan Eefje’s haar geknipt..?’ probeer ik  nog onschuldig te klinken...


‘JA!! - zegt dochterlief, -  vanmorgen vroeg mijn schoonzusje: ‘Hee, ben je met Eefje naar de kapper geweest?’  En ik had zelf ook al een paar dagen het idee dat het eerst langer was!’


Het kwartje was gevallen.


Gelukkig sprong na mijn uitleg haar gevoel voor humor bij en ach ja, het kind zag er lief uit.  Maar voortaan blijf ik binnen de bevoegdheden die mij als oma toekomen. Dat scheelt een hoop stress…